
Workshop Milieu en gezondheid
Deze workshop zal rond vijf maatregelengroepen werken. Hieronder vindt u een overzicht van deze groepen, met telkens een bondige inleiding tot het onderwerp.
- Betrokkenheid van de beroepslui bij het domein van de milieugezondheid
- Instrumenten voor het beheer en de communicatie over milieugezondheidsrisico's
- Gevaarlijke stoffen en producten
- Verbetering van de kwaliteit van de buitenlucht
- Verbetering van de kwaliteit van de binnenlucht
Maatregelengroep 1: Betrokkenheid van de beroepslui bij het domein van de milieugezondheid
Maatregelengroep 1 zal zich concreet buigen over de opleiding en de betrokkenheid van professionals uit de gezondheidssector:
- in de lokale en gewestelijke problematieken;
- het opheffen van obstakels voor de uitvoering van gekruiste milieu-gezondheidsstudies;
- de coördinatie van gezondheidsboodschappen naar aanleiding van meteorologische verschijnselen, klimaatveranderingen en luchtvervuiling.
Als men milieu als een gezondheidsbepalende factor beschouwt, kan men daarmee met name chronische ziekten voorkomen en zodoende ernstig besparen op curatieve en palliatieve middelen, en rendabeler werken. Professionals uit de gezondheidssector vervullen een bijzondere rol in de puzzel van actoren uit verschillende sectoren en van verschillende machtsniveaus. De kennis en de integratie van deze gezondheidsaspecten zouden dus eveneens moeten worden ingepast in een reeks wetenschappelijke, sociologische en technische opleidingen.
Maatregel 1 wil via 5 voorstellen de betrokkenheid van de professionals uit de gezondheidssector verhogen:
- via een continue vorming van de professionals uit de gezondheidssector: het is de bedoeling om naast de bestaande rubrieken een specifieke accreditatierubriek ‘milieugezondheid’ te creëren.
- via een basisvorming van de professionals uit de gezondheidssector: het is de bedoeling om op universiteiten en hogescholen verplichte lessen in te lassen waarin specifiek milieugezondheid wordt behandeld. Er bestaan reeds verschillende initiatieven (voorbeeld Prigogyne, VUB, ULB,…).
- via de erkenning van relevante instrumenten voor het identificeren van milieuoorzaken: het is de bedoeling dat het adviescomité voor chronische ziekten van het RIZIV op termijn nieuwe diagnose- en preventie-instrumenten erkent die relevant zijn op het gebied van milieugezondheid. De ‘groene ambulances’ bestaan reeds bijna 10 jaar in de 3 Gewesten van het land in verschillende vormen en organisaties (provinciaal of gewestelijk). Dat bemoeilijkt de acties van professionals uit de gezondheidssector die hen zouden kunnen helpen bij het opstellen van diagnoses en bij hun preventieve acties. Er werd een initiatief genomen om dit instrument dat specifiek de kwaliteit van de binnenlucht onderzoekt als een proefproject te erkennen waarmee men de haalbaarheid en het belang van nieuwe instrumenten en nieuwe benaderingen zou kunnen aantonen.
- via de erkenning van preventiepraktijken die relevant zijn voor de problematiek van de milieugezondheid: het is de bedoeling om medische preventiepraktijken te laten erkennen en terugbetalen.
- meer betrokkenheid van professionals uit andere sectoren (vervoer, huisvesting, landbouw…) zou eveneens als een secundaire doelstelling kunnen worden gezien. De aard van de relatie tussen milieu en gezondheid vereist feitelijk een multidisciplinaire aanpak. De doelgroepen, waaronder met name professionals, werkers, beslissingnemers, drukkingsgroepen en bedrijven moeten samenwerken om milieugerelateerde gezondheidsproblemen op te lossen en daarbij een aanpak hanteren die, naast gezondheid en milieu, rekening houdt met het recht, ruimtelijke ordening, economie, sociologie en communicatie.
Maatregelengroep 2 : Instrumenten voor het beheer en de communicatie over milieugezondheidsrisisco’s
Maatregelengroep 2 buigt zich over de coördinatie tussen de overheden:
- de studie ‘Stad en vervuiling’ van het GICLG bracht duidelijk twee moeilijkheden naar voren die samenhangen met de uitvoering van de meeste studies rond leefmilieu en gezondheid: enerzijds de moeilijkheid om gezondheidsgegevens van mensen te verkrijgen en anderzijds de presentatie/discussie van de resultaten van de betrokken populaties. Het is de bedoeling van deze specifieke maatregel om deze twee moeilijkheden die milieu/gezondheidsstudies delen te verminderen en de basis te leggen voor de opvolging van deze specifieke studie (voornamelijk wat betreft de uitbreiding en het onderhoud van het Belgische stedennetwerk). Het is essentieel dat men nu reeds begint na te denken over de opvolging die men aan dit soort project zou kunnen geven dat als een proefproject was opgezet, voor men het netwerk via uitwisseling van ervaringen en het opbouwen van lokale expertise geleidelijk uitbreidt.
- de coördinatie van de boodschappen van de overheid is niet altijd optimaal. Sinds de hittegolf van 2003 die in België voor een hoger sterftecijfer zorgde, werd er bijvoorbeeld een actieplan voor hittegolven en ozonpieken opgesteld om de bevolking in te lichten over de voorzorgen die men moet nemen en de risico’s die men loopt. Het ‘ozon- en hittegolfplan’ beperkt zich echter slechts tot de zomerperiode. Men zou de werkzaamheden moeten uitbreiden om rekening te kunnen houden met andere milieufactoren. Men kan de volgende 3 stappen overwegen:
- Pieken in de vervuiling door fijne deeltjes en/of stikstofdioxide
- Koudegolven
- Aanpassing aan klimaatveranderingen
Als gevolg van deze vaststellingen worden er vijf discussiepunten voorgesteld:
- op de indicatoren werken
De maatregel heeft als doel om onderlinge overeenstemming over de gegevens/indicatoren/thematieken te bereiken die na 2008 aan de orde moeten worden gesteld, om te evalueren in hoeverre het huidige groepswerk met ingang van vandaag concrete projecten kan lanceren om de geanalyseerde indicatoren te verbeteren en om een Belgisch indicatorensysteem voor milieugezondheid te schetsen waarmee men enerzijds de internationale verplichtingen kan nakomen en anderzijds de Belgische situatie kan beoordelen.
- de biomonitoring verbeteren
De menselijke biomonitoring is zowel een instrument om de doeltreffendheid van het milieubeleid te meten als de werkelijke blootstelling van de bevolking (of doelgroepen die uit de bevolking werden gekozen en waarvan men denkt dat ze meer of minder worden blootgesteld dan andere) en de sensibilisatie/preventie van de deelnemende populatie. Het 1ste luik wil een gemeenschappelijke methodologie bepalen en een netwerk uitbouwen voor de ontwikkeling van menselijke biomonitoring die in het kader van de gezondheidsenquête met een interview zou kunnen worden opgezet (www.iph.fgov.be/epidemio/epifr/index4.htm) en het gezondheidsonderzoek (www.ktl.fi/fehes/), en in het kader van REACH kan worden gebruikt. Het 2de luik wil biomerkers voor blootstelling en voor meer complexe effecten op punt stellen, waarmee men op termijn alarmsignalen kan geven en de inspanningen op gebied van onderzoek en preventie beter kan richten.
Het hoofddoel van deze maatregel is de samenwerking ontwikkelen die noodzakelijk is om de methodologieën te harmoniseren die het Europese project voorziet.
- de samenhang tussen science / policy making verbeteren
Talrijke problemen die milieu in verband brengen met gezondheid worden gekenmerkt door een toestand van onzekerheid, waardoor de interactie en de synergie tussen ‘science’ en ‘policy making’ nog belangrijker wordt. Deze maatregel wil de samenwerking tussen onderzoekers, beleidsverantwoordelijken en belanghebbende partijen verstevigen zodat wetenschappelijke kennis beter wordt overgedragen en ze meer gebruikt wordt bij het uitwerken van het beleid, om ideeën uit te wisselen over de beste praktijken en om de vragen die in verband met milieu en gezondheid rijzen, duidelijker naar voren te brengen.
- de impact economisch beoordelen
De cyclus van het overheidsbeleid leidt tot evaluatiestappen die steeds duidelijker vastgelegd worden in wetgevingen. Een van de elementen die overigens zeker aan bod zullen komen tijdens de 5de Interministeriële Conferentie over Milieu en Gezondheid van de WGO Europa in 2009 is het begrip ‘accountability’ van de gezondheids- en milieuactoren ten opzichte van de andere sectoren. Volgens dit principe worden onrechtstreekse kosten en de kosten van niets doen steeds beter meetbaar en in cijfers vertaald, zodat men een echt preventiebeleid kan uitbouwen dat op termijn het budget voor de gezondheidszorg zal verlagen.
- het grote publiek informeren en laten deelnemen
In de twee maatregelengroepen die de integratie van milieu en gezondheid behandelen, werd de kwestie van de ontwikkeling/gebruik van ‘nieuwe’ initiatieven/instrumenten naar voren gebracht die de informatie en de deelname van het grote publiek bevorderen; het is een van de sleutelfactoren die de uitvoering van de voorgestelde maatregelen tot een succes maken. Communicatie is inderdaad van cruciaal belang om alle overheidsbeslissingen inzake risico maatschappelijk te doen aanvaarden, vooral in een onzekere situatie.
Maatregelengroep 3: Gevaarlijke stoffen en producten
Sinds het einde van de tweede Wereldoorlog is de landbouw sterk gemechaniseerd en worden er steeds meer pesticiden en meststoffen gebruikt om aan de groeiende voedselbehoefte te voldoen. De laatste schattingen spreken van 9.880 ton pesticiden op de Belgische markt in 2005. Maar waarnemingen wijzen op een neerwaartse tendens.
Er worden echter steeds meer biociden (antiparasieten, ontsmettingsmiddelen,…die niet in de landbouw worden gebruikt) ingezet om productie- en consumptiegoederen te beschermen. Men zou kunnen zeggen dat er tegenwoordig even veel biociden als pesticiden worden verkocht.
Sommige wetenschappers hebben de link gelegd tussen het gebruik van pesticiden en biociden op plaatsen waar mensen wonen of werken en bepaalde kankers, verstoringen in de hormonale en endocriene werking en de aantasting van het individuele immuniteitssysteem. Men kan deze risico’s verminderen, onder meer door maatregelen zoals gescheiden vergunningen (pesticiden voor liefhebbers >< pesticiden voor professionals), ondersteuning van biopesticiden en het opstellen van certificaten voor professioneel omgaan met fytosanitaire producten. De dynamiek zal worden ondersteund door passende communicatie-acties.
De voorgestelde maatregelen zijn
- een dynamiek lanceren voor het opstellen van een Nationaal Actieplan over pesticiden/ biociden
- reclame voor pesticiden en biociden voor privé-gebruik regelen
REACH
Voor de inwerkingtreding van het REACH-reglement werden zo’n 100.000 scheikundige stoffen verhandeld zonder enig onderzoek naar hun toxicologische of ecotoxicologische eigenschappen (sinds 1981 werden enkel de zogenaamde nieuwe stoffen onderzocht, maar zij vertegenwoordigen slechts 2 à 3% van het totaal).
Een van de belangrijkste karakteristieken van REACH bestaat erin dat de industrie een veel grotere verantwoordelijkheid krijgt in de veiligheid van scheikundige stoffen (de stoffen op zich, in de bereidingen en in de consumptieartikels), met name dankzij het omkeren van de bewijslast voor de toekenning van een vergunning en de verdeling van de verantwoordelijkheden over de verschillende stappen van de toeleveringsketen.
Twee maatregelen worden voorgesteld :
- Het systematisch gebruikmaken van alternatieven, en innovatie aanmoedigen om over deze alternatieven te kunnen beschikken
- In het kader van de inwerkingtreding van het REACH-reglement:
- de identificatie van de moeilijkheden waarmee de verschillende actoren op dit ogenblik geconfronteerd worden en van de wegen om deze op te lossen.
- het bekomen van gegarandeerd stabiele en structurele middelen van de verschillende publieke en private actoren voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van REACH in elke fase (registratie, evaluatie en toelatingen).
Maatregelengroep 4: Verbetering van de kwaliteit van de buitenlucht
De bouw- en renovatiesector doen het over het algemeen nog steeds goed. Er worden steeds meer condensatieketels verkocht, vooral op gas, en de verkoop van mazoutketels is stabiel. De verwarmingssector draagt het meeste bij aan de uitstoot van broeikasgassen en NOx.
De technieken om warmte of koude met hernieuwbare energie te produceren (of de combinatie van beide) zijn in volle ontwikkeling. Ze zijn echter nog duur en de installatie wordt te vaak gekoppeld aan financiële steun vanwege de overheden.
De evolutie van de technologieën is een feit. Het huidige en toekomstige beleid zou voorrang moeten geven aan energie die meer koolstofneutraal is en minder vervuilend. De kosten voor deze nieuwe technologieën kunnen te hoog oplopen voor gezinnen met een laag inkomen, vandaar de vaststelling dat zij eerder een beroep doen op energieverslindende en vervuilende toestellen.
De voorgestelde maatregelen behelzen:
- verwarmingstoestellen
- verbetering van de kennis van verwarmings- en koeltechnieken
Voor meer inlichtingen over verwarmingstoestellen, zie www.health.fgov.be en typ « verwamingsketel » in het zoekvenster.
Maatregelengroep 5: Verbetering van de kwaliteit van de binnenlucht
De kwaliteit van de binnenlucht baart steeds meer zorgen: het is een van de belangrijkste factoren die de milieugezondheid bepalen. Deze ondersteuning moet bepaald worden door de levenskwaliteit en meer bijzonder de gezondheid van de bewoners in stand te houden.
De synthese die het SCHER (Scientific Committee on Health and Environment Risks) in 2007 uitvoerde, identificeerde 3.800 chemische verbindingen, waaronder toxische stoffen zoals stikstofoxiden, koolstofmonoxide, ammoniak, nicotine, die de bewegingen van de trilhaartjes van de cellen in het ademhalingssysteem afremmen (ze beschadigen met andere woorden de beschermingsmechanismen van de ademhaling), formaldehyde, acroleïne, aceton, methaanzuur en vooral meer dan veertig kankerverwekkende stoffen.
Epidemiologische studies brachten astma en melanomen in verband met een bepaald huishoudelijk product. De interpretatie van epidemiologische studies blijft echter zeer complex. Het is dus erg moeilijk om een welbepaalde besmettingsbron aan te wijzen en de impact ervan op de gezondheid te bewijzen.
Te bespreken maatregelen:
- Overeenkomen van een aanpak en prioriteitsstelling betreffende binnenluchtverontreiniging door chemische emissies
- Observatie van de kwaliteit van de binnenlucht
De definitie van prioriteiten, de voorbereiding van maatregelen en de opvolging van het milieugerelateerde gezondheidsbeleid vereist op alle machtsniveaus, zowel Belgische als internationale, dat men de waargenomen gegevens opvolgt en interpreteert. In België bestaat er geen dergelijk waarnemingscentrum voor milieugerelateerde gezondheid. Dat blijft niet zonder gevolgen, met name in het kader van de uitvoering van de richtlijn over bouwmaterialen en de notificatieprocessen.
- Overeenkomen van te nemen acties betreffende luchtverfrissers
Er werden studies uitgevoerd over de impact van huishoudelijke luchtverfrissers op de kwaliteit van de binnenlucht. De conclusies van deze studies over luchtverfrissers maken duidelijk een onderscheid tussen schadelijke en onschadelijke producten, het gaat echter om een studie die achteraf werd uitgevoerd. Fabrikanten moeten duidelijke reglementaire aanwijzingen krijgen over de toegelaten uitstoot van hun producten en de consument moet in de handel producten kunnen vinden met lage risico’s.
Elektromagnetische velden
Elektromagnetische velden behoren tot de fysische factoren in het binnenmilieu. Afhankelijk van de frequentie van de elektromagnetische golf heeft men te maken met extreemlaagfrequente velden (of ELF), met velden van intermediaire frequentie (IF), radiogolven of radiofrequente velden (RF). Naarmate de frequentie hoger wordt, komt men in het domein van het infrarode licht, zichtbare licht, ultraviolette licht en verder op het domein van ioniserende straling.
Epidemiologische studies wereldwijd hebben redelijk consistente aanwijzingen geleverd dat de langdurige blootstelling aan ELF magnetische velden (afkomstig van systemen voor distributie en transport van elektrische energie - hoogspanningslijnen (HSL), distributiekabels) boven 0,4 µT de kans op kinderleukemie verdubbelt. Recentelijk heeft het exportencomité van de Europese Commissie SCENIHR dit feit nog eens bevestigd en heeft voor deze problematiek aandacht gevraagd op het vlak van risicobeheersing.
Te bespreken maatregelen:
- De blootstelling van kinderen in België aan ELF (binnenshuis)
- Leemtes in de huidige reglementering betreffende ELF-magnetische velden
- Mogelijke voorzorgsmaatregelen op het vlak van ruimtelijke ordening en binnenmilieu (met voorbeelden vanuit het buitenland): limiet- of streefwaarden voor het binnenmilieu of concrete afspraken op het vlak van de ruimtelijke ordening (met de gewesten) en van de infrastructuur van energievoorzieningen (met de energiesector) .


RSS onderwerpen
